Power BI koppelen¶
Power BI leest gegevens van het platform via Trino, het SQL-endpoint van het platform. Je host Trino niet zelf: het is een beheerde dienst van Datafoundation op https://<customer>.trino.datafoundation.eu. Deze pagina beschrijft wat vandaag werkt, wat nog niet werkt en wat er met je gegevens gebeurt als je Power BI gebruikt.
Managementsamenvatting¶
Power BI Desktop werkt vandaag. Elke gebruiker installeert de Trino-connector en logt in met een eigen platformaccount, hetzelfde account als voor Security Center. Elke query draait als die gebruiker, en de toegangsregels uit Security Center zijn van toepassing.
Inloggen met een platformaccount is de enige ondersteunde manier. Er is nog geen ondersteunde manier om serviceaccounts aan te maken, dus applicaties en onbeheerde processen kunnen niet bij de gegevens. Serviceaccounts staan op de roadmap.
Geplande verversing in de Power BI Service wordt nog niet ondersteund, omdat daarvoor zo’n serviceaccount nodig is.
Power BI slaat gegevens buiten het platform op. Gegevens die je in een Power BI-rapport importeert, zijn een kopie. Zodra je dat rapport publiceert in de Power BI Service, wordt de kopie opgeslagen in de cloud van Microsoft, niet in je eigen netwerk en niet op het platform.
Waar je gegevens terechtkomen¶
Het platform houdt je gegevens op soevereine infrastructuur en bepaalt wie ze mag zien. Zodra Power BI gegevens heeft geladen, valt die kopie niet meer onder de controle van het platform:
Power BI Desktop, Import-modus: de gegevens worden gekopieerd naar het rapportbestand (
.pbix) op de computer van de gebruiker. Iedereen die dat bestand ontvangt, ziet de gegevens, ongeacht de eigen toegang op het platform.Power BI Service: bij het publiceren van een rapport worden de geïmporteerde gegevens geüpload naar de cloud van Microsoft, in de regio van je Power BI-tenant. De gegevens worden daar opgeslagen, buiten je netwerk en buiten het platform.
DirectQuery: de gegevens worden niet in het rapport opgeslagen, maar queryresultaten gaan nog steeds via de Power BI Service wanneer het rapport online wordt bekeken.
De toegangsregels in Security Center gelden wanneer Power BI de gegevens laadt. Ze gelden niet voor de kopie daarna. Laad alleen wat het publiek van het rapport mag zien, en bepaal vooraf of opslag van die gegevens in de cloud van Microsoft aanvaardbaar is voor je organisatie.
Wat nog niet wordt ondersteund¶
Een gepubliceerd rapport dat volgens een schema ververst in de Power BI Service, heeft geen gebruiker die kan inloggen. Het heeft een serviceaccount nodig: een niet-persoonlijk account met eigen, beperkte toegang tot de gegevens, gebruikt door een on-premises data gateway. Er is nog geen ondersteunde manier om zo’n account aan te maken, dus deze opzet is vandaag niet mogelijk. Hetzelfde geldt voor andere applicaties die gegevens moeten lezen zonder dat een persoon inlogt.
Serviceaccounts voor applicaties staan op de roadmap. Tot die tijd:
Gebruik Power BI Desktop met inloggen per gebruiker (zie De Trino-connector installeren in Power BI Desktop). Delen gebeurt dan via bestanden, en wat Waar je gegevens terechtkomen beschrijft over de locatie van gegevens is van toepassing.
Gebruik Apache Superset voor gedeelde dashboards. Superset verbindt met Trino onder de eigen identiteit van de ingelogde gebruiker en behoudt afdwinging op platformniveau van begin tot eind.
De Trino-connector installeren in Power BI Desktop¶
Power BI Desktop maakt verbinding met het platform via een aangepaste Trino-connector. Je logt in met je eigen platformaccount, dus elke query draait als jou en de regels uit Security Center zijn van toepassing.
Download de connector:
trino.mez. Controleer of het bestand onbeschadigd is (zie Waar de connector vandaan komt).Kopieer
trino.meznaar de mapDocuments\Power BI Desktop\Custom Connectors. Maak de map aan als die nog niet bestaat.De connector is niet gecertificeerd door Microsoft, dus Power BI moet hem mogen laden. Open in Power BI Desktop Bestand > Opties en instellingen > Opties > Beveiliging en kies onder Gegevensextensies de optie die elke extensie laat laden zonder validatie of waarschuwing (in het Engels: Allow any extension to load without validation or warning). Klik op OK.
Waarschuwing
Deze instelling geldt voor elke aangepaste connector op de computer, niet alleen voor deze. Power BI laadt dan elk
.mez-bestand in de mapCustom Connectorszonder controle. Zet daar alleen connectors neer die je vertrouwt, en overleg eerst met je IT-afdeling als die de Power BI-instellingen centraal beheert. De connector is niet ondertekend, dus hij kan niet op certificaat (TrustedCertificateThumbprints) worden vertrouwd.Sluit Power BI Desktop en start het opnieuw.
Kies Gegevens ophalen > Meer…, zoek naar Trino, selecteer het en klik op Verbinding maken.
Vul bij Host
<customer>.trino.datafoundation.euin en bij Port443. Laat User leeg. Vul eventueel Catalog in om maar één catalogus te tonen, of SQL Query om het resultaat van één query te laden. Klik op OK.Kies Organisatieaccount en klik op Aanmelden. Log in het venster dat opent in met het account dat je voor Security Center gebruikt (zie Inleiding). Klik daarna op Verbinding maken.
Selecteer in de navigator de tabellen die je nodig hebt en klik op Laden, of op Gegevens transformeren om ze eerst te bewerken.
Power BI onthoudt de aanmelding voor deze host. Om als iemand anders in te loggen, verwijder je de host onder Bestand > Opties en instellingen > Instellingen voor gegevensbron en maak je opnieuw verbinding.
Waar de connector vandaan komt¶
trino.mez wordt gebouwd uit opensourcecode: een fork van de community-Power BI Trino connector die het inloggen via het platform toevoegt.
Broncode |
|
Versie (commit) |
|
Bouwen |
|
SHA256 |
|
De build is reproduceerbaar: wie die commit bouwt, krijgt precies hetzelfde bestand. Om een gedownload bestand te controleren, voer je dit uit in PowerShell en vergelijk je het resultaat met de SHA256 hierboven:
Get-FileHash .\trino.mez -Algorithm SHA256